rPET trays: waarop letten als voedingsproducent?
rPET-trays klinken duurzaam, maar niet alle rPET is gelijk. Vijf technische punten die u moet controleren voor u overschakelt.
rPET (gerecycleerd PET) is voor voedingsverpakking de meest volwassen recyclaat-optie. Toch is niet elke rPET-tray geschikt voor uw product. Vijf technische aandachtspunten voor u overschakelt.
1. Food-grade certificering
Enkel rPET afkomstig uit een gesloten kringloop met EFSA-goedgekeurde processen mag in direct contact komen met voeding. Vraag altijd naar het EFSA-nummer van uw leverancier en controleer of het gebruikte procédé toegelaten is voor uw type product (droog, vochtig, vet). Zonder deze certificering is uw product juridisch niet in orde.
2. Dikte en stijfheid
rPET heeft doorgaans een iets andere kristallisatie dan virgin PET, wat de stijfheid van dunne trays kan beïnvloeden. Voor MAP-toepassingen waar de tray onder druk staat, is dit cruciaal. Test altijd met uw specifieke tray sealer en gasmix — een tray die visueel oké lijkt, kan onder MAP-condities toch vervormen.
3. Compatibiliteit met uw seal-tool
Sealcondities voor rPET kunnen licht verschillen van virgin PET: iets hogere seal-temperatuur, langere seal-tijd. Uw MAP tray sealer moet flexibel genoeg zijn om deze parameters aan te passen. Bij oudere machines zonder fijne temperatuurregeling kan dat een probleem worden.
4. Visuele kwaliteit en kleur
rPET heeft vaak een lichte gele of grijze tint. Voor witte producten (bv. yoghurt, mozzarella) kan dat storend zijn. Kies dan voor multi-layer trays met een dun virgin toplaagje voor visuele neutraliteit, terwijl de bulk uit rPET bestaat. Bespreek dit expliciet met uw traysleverancier.
5. Retailer-acceptatie
Grote retailers (Colruyt, Delhaize, Carrefour, Albert Heijn) hebben elk hun eigen richtlijnen rond recyclaat-percentages, visuele kwaliteit en labeling. Vraag hun packaging-guidelines op voor u een grote conversie doet — een tray die technisch werkt maar door de retailer geweigerd wordt, kost meer dan het bespaart.
